SendCloud: door vallen en opstaan snelst groeiende startup

Sabi Tolou is een van de grondleggers van SendCloud. De Eindhovense startup werd in 2012 opgericht en won afgelopen maand de Deloitte Fast 50. Met een omzetgroei van meer dan 5463 procent in vier jaar tijd is SendCloud het snelst groeiende techbedrijf van Nederland. Bij Digital Wednesday vertelt Tolou hoe SendCloud zo snel heeft kunnen groeien en welke uitdagingen daar bij kwamen kijken. In dit interview licht hij alvast een tipje van de sluier op. 

Hoe begon het allemaal?
Dat was vijf jaar geleden. We waren druk bezig met studie, bijbaan en een webshop. De online verkoop liep geweldig, maar op een gegeven moment ging er zo veel tijd in zitten dat het bijna niet meer te combineren was. De meeste tijd ging in het verzenden zitten, als we NAW-gegevens moesten overtypen in het systeem van vervoerders. Het verbaasde ons zo dat er geen koppeling was tussen de systemen dat we zelf maar een koppeling tussen onze webshop en het systeem van de vervoerder zijn gaan maken. Zo is SendCloud ontstaan.

En toen kwam het succes vanzelf?
Dat hoopten we natuurlijk wel, haha! De pilot was in elk geval een groot succes. Toen dachten we wel even: nu gaan we gewoon stilzitten en geld verdienen. Maar we kwamen er al snel achter dat daar meer bij komt kijken. Er moest bijvoorbeeld onderhoud gepleegd worden aan de tool. Daar moesten we iemand voor in dienst nemen. En we wilden groeien, dus er moesten ook marketeers en verkopers worden aangenomen. Vervolgens wilden we het product verder ontwikkelen en hadden we developers nodig. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar we kwamen steeds een stapje verder in het proces. Al improviserend werd het een echt bedrijf, met personeelsbeleid en alles erop en eraan.

Wat was de grote doorbraak?
Op de Webwinkel Vakdagen werden we plotseling door iemand benaderd die ons vroeg wie we waren en wat we deden. We vertelden ons verhaal en niet veel later kwam dezelfde man terug bij onze stand met iemand van Bpost, het Belgische postbedrijf. Zij wilden onze oplossing gebruiken, en toen waren we plots internationaal actief. Als ik daar nu op terugkijk moet ik zeggen dat we het verbazingwekkend goed hebben gedaan. Toen we de overstap naar Duitsland wilden maken werd het allemaal wat ingewikkelder.

Wat maakte Duitsland dan zo lastig?
Het was een onbekende markt voor ons. Daar zijn we als jonge ondernemers misschien gewoon te onbezonnen in gesprongen. Toen we besloten de Duitse markt te veroveren, hebben we een country manager in dienst genomen. Die hebben we tools en een telefoon gegeven, en toen zeiden we: veel succes. Dat was een enorme fuck up. Hij kwam niet uit Duitsland en wist net zo weinig van de Duitse markt als wij. Dat werkte dus voor geen meter. Na een maand zijn we gestopt en hebben toen iemand anders aangenomen. Ondanks dat hij ervaring had bij een groot bedrijf liep dat net zo goed in soep. Pas de derde keer lukte het. We hebben een lokaal team opgezet in München, dat eerst in Nederland is getraind. En mijn compagnon Rob van den Heuvel verhuisde naar München , om het proces te begeleiden.

Lopen jullie als startup tegen andere problemen aan?
De zoektocht naar talent blijft lastig. Toen we begonnen hebben we veel generalisten aangenomen, maar we hebben nu echt specialisten nodig. Daarvoor moeten we internationaal rondkijken, onze developers komen van over de hele wereld. Om dat talent binnen te kunnen halen, moet je wel iets moois bieden. Als ze eenmaal binnen zijn vinden ze het geweldig, het is bij ons een grote familie. Maar om ze binnen te halen moeten we echt hard werken. We betalen niet zo veel als bij Google, maar bij ons kunnen ze wel echt het avontuur aangaan. Ze krijgen een aandeel in het bedrijf, dus als het goed gaat delen ze zelf ook mee in het succes. Na drie jaar in dienst krijgen ze verplicht een maand extra vakantie, bovenop het normale verlof. Niet verkeerd toch?

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

Klant aan het woord: Bart van Rheenen, Algemeen Directeur Arrow ECS Benelux

In deze rubriek zetten we maandelijks één van onze klanten in de schijnwerpers. Ditmaal geven we het woord aan Bart van Rheenen, Algemeen Directeur van Arrow ECS Benelux, een value added distributeur van hardware en software. Het bedrijf is het afgelopen jaar hard gegroeid en is genomineerd voor 6 channel awards.

Wat doet een value added distributeur eigenlijk?
Een distributeur is de schakel tussen vendoren – oftewel de fabrikanten van hardware en software – en resellers, dat zijn bedrijven die de producten aan eindgebruikers verkopen. Een value added distributeur biedt daarnaast diensten en ondersteuning aan die het gemakkelijker maken voor resellers om zaken te doen en om klanten aan zich te binden. Hij voegt dus waarde aan het product toe. Denk daarbij aan verschillende financieringsoplossingen, im- en exportservices, maar ook marketing- en salesondersteuning en producttrainingen.

Hoe is de marktpositie van Arrow?
We begonnen in de Benelux met tien man personeel in 2009 en werken inmiddels met teams van zestig mensen in Nederland en zeventig in België. We zijn enorm snel gegroeid, hebben veel geïnvesteerd en veel acquisities gedaan. Onder meer in Microsoft, wat heel gunstig is geweest voor onze cloud-propositie. In combinatie met ons uitgebreide IoT-portfolio staat dit nu stevig op zijn fundament. In België heeft dat ons al twee keer een Channel Award opgeleverd. We zijn verheugd dat de groei in omvang en propositie in Nederland ook overkomt bij onze partners en dat dit ook hier heeft geleid tot verschillende nominaties.

Waar zijn jullie voor genomineerd?
Channel Web Nederland heeft Arrow ECS genomineerd in de categorieën Value Added Distributor en Cloud Distributor of the Year. En bij Dutch IT Channel zijn we genomineerd voor Cloud Distributor of the Year en Specialist Distributor of the Year. Daarnaast kom ik persoonlijk in beide verkiezingen nog in aanmerking voor een Channel Personality en Distribution Personality Award.

Bij Arrow zijn we heel trots op al deze nominaties, het is immers al een erkenning op zich. Maar het liefst nemen we natuurlijk op de award-gala’s één of meerdere bokalen mee naar huis. Het hele team heeft er hard genoeg voor gewerkt, dus het zou zeker verdiend zijn. Maar de concurrentie is sterk…

Wat doen jullie aan promotie?
We delen de blijdschap en vreugde intern en met onze partners en relaties. Verder roepen we ze via mailings en social media op om hun stem uit te brengen, als het even kan op ons natuurlijk. We zijn daarvoor een ludieke actie gestart waar we leuke reacties op krijgen. Hopelijk werpt het zijn vruchten af bij de Channel Awards op 6 december, en bij de Dutch IT Awards begin volgend jaar.

Case Plantronics: Opening innovatief nieuw kantoor

Plantronics is een groot aanjager van slimmer werken en besteedt veel aandacht aan de werkplek. Deze moet aantrekkelijk zijn voor de werknemer en het productief werken verbeteren. In het voorjaar van 2017 opende Plantronics zijn nieuwe kantoor dat voldoet aan de slimmer werken-principes. Werknemers moeten daar geconcentreerd kunnen werken, maar een vergadering is ook mogelijk. Je moeten er goed kunnen samenwerken met collega’s, met mogelijkheden voor heldere communicatie en ontspanning, zonder dat dit geluidsoverlast veroorzaakt. Als expert op het gebied van audiocommunicatie wilde Plantronics dat het nieuwe gebouw een akoestische tempel zou zijn.

Doelstelling 

Als vertrouwde pr-partner hielp Lubbers De Jong de openingsdag memorabel te maken. Wij waren verantwoordelijk voor het uitnodigen van experts, journalisten en analisten. Daarnaast verzorgden we het persprogramma, de fotografie, de interviews en messaging, de productie van content (zowel voorafgaand als na afloop) en de social media-activiteiten. Daarnaast boden we algemene organisatorische ondersteuning.

Doel van de campagne was om Plantronics te positioneren als expert op het gebied van audiocommunicatie. Daarnaast wilden we positieve media-aandacht genereren voor het nieuwe kantoor, de bijhorende technologie (zoals het intelligente systeem voor geluidsbeheer) en het merk Plantronics.

Aanpak

Samen met de lokale marketingmanager hebben we een plan opgesteld om het kantoor en de visie en ambitie van Plantronics onder de aandacht te brengen. Na afstemming met de EMEA marketing communications manager, het coördinerende bureau in het Verenigd Koninkrijk en het communicatieteam in de Verenigde Staten, zijn we gestart met de eerste fase: het uitnodigen van journalisten, analisten, experts en influencers op het gebied van geluidsbeheer, architectuur, technologie, HR en duurzaamheid.

Daarnaast zijn we na de afstemming begonnen met het schrijven van blogs uit naam van de regional director, het opzetten van een lokaal onderzoek en het verwerken van de resultaten in een persbericht, het schrijven van een persbericht over het nieuwe kantoor en het samenstellen van een persmap en briefing books. Een team van drie personen begeleidde op de openingsdag de interviews en de pers. Na afloop werden de twee persberichten verstuurd en diverse blogs gepost.

Resultaat

Negentien Nederlandse journalisten namen deel aan de presentaties en de rondleidingen door het gebouw. Er waren acht interviews met diverse woordvoerders, waaronder CEO Joe Burton, senior vice president en chief human resources InaMarie Johnson en de regional director Benelux & Nordics, Frank Timmermans.

In het totaal is er vanuit 33 verschillende media aandacht aan de opening van het pand besteed. Een greep uit de publicaties: ComputableRTL Nieuws (zelfde artikel ook gepubliceerd op Bright en RTL ZDuurzaam GebouwdBNR DuurzaamCustomerFirst en OverHetNieuweWerken. Het onderzoek over kantooromgevingen verscheen in 32 publicaties, waaronder: Gooi en Eemlander

Ole Hellfritzsch, manager marketing Benelux en Nordics bij Plantronics:

“Al vele jaren werk ik met groot plezier samen met Lubbers De Jong. Wat me opvalt aan de samenwerking is het meedenken qua activiteiten en uitvoering plus de passie waarmee ze hun werk uitvoeren. Lubbers De Jong loopt wat mij betreft voorop en leidt daarom zelfs diverse wereldwijde projecten vanwege de expertise en het vertrouwen dat ze jarenlang hebben opgebouwd.”

Coderen is de toekomst van design

Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider. Hij heeft meer dan 18 jaar ervaring in het werken voor startups, adviesbureaus en organisaties zoals Philips, Frog design, Nokia, Wire en McKinsey. Bij Digital Wednesday vertelt hij op 25 oktober waarom je als ontwerper altijd moet open staan voor nieuwe mogelijkheden. Daarbij focust hij in het bijzonder op de mogelijkheden van programmeren, die het vakgebied een nieuw aanzicht bieden.

Is er de laatste jaren veel veranderd voor ontwerpers?
Absoluut. Als ontwerper wil je ideeën zo concreet en tastbaar mogelijk maken voor engineers, stakeholders en de gebruikers waar je de ideeën mee test. Ontwerpers hebben er altijd naar gestreefd om hun ideeën via prototypes zo snel mogelijk tot leven te brengen, in elk stadium van het ontwerpproces. Hoe verder in het proces, hoe gedetailleerder de prototypes – soms zo gedetailleerd dat ze nauwelijks nog van het eindproduct zijn te onderscheiden. De laatste jaren heeft er op het gebied van digital prototyping tools een enorme ontwikkeling plaatsgevonden, het is voor technologiebedrijven wereldwijd een essentieel onderdeel van het ontwikkelingsproces geworden. Voor ontwerpers ontbreekt echter directe controle over het eindproduct.

Waarom is controle over het eindproduct zo belangrijk?
Omdat we anders veel te ver van het eindproduct af staan. Vroeger werd alles tot in detail omschreven in een specificatie-document, dat besloeg dan soms wel honderden pagina’s. Maar wat als er tussendoor iets bijgestuurd moet worden? Dan kan dat hele document misschien wel de prullenbak in. Vanuit de softwarewereld is er een tegenbeweging opgekomen waarbij veel meer agile wordt gewerkt, met beknoptere documenten en veel iteraties. Maar dan heb je nog steeds het probleem dat engineers in principe alles letterlijk overnemen – ze doen echt wat jij op papier hebt gezet, ook als dat niet logisch is. Daarom moet je alles heel goed plannen en met ze afstemmen, en daar gaat in de praktijk veel tijd verloren. Dan is het eigenlijk veel logischer om als ontwerper te investeren in technische vaardigheden en zo een stap naar de engineer te zetten.

Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider.

Zijn daar dan geen goede tools voor?
Jawel hoor. Met de juiste tools kan je een hele gedegen basis leggen voor engineers. In mijn geval gaat het meestal om het ontwerp van applicaties voor mobiele producten, desktop en televisie. Dat kan je met de juiste tools nu zelfs visueel manipuleren als het product al online staat, maar het probleem is dat de mogelijkheden dan nog beperkt zijn. Je kan niet alles precies doen zoals je het wil. De tijd die daarmee verloren gaat kan je beter steken in het leren van een programmeertaal als Swift, dat door Apple is ontwikkeld om programmeren voor hun producten toegankelijker te maken. Ze hebben zelfs een tool ontwikkeld voor kinderen, die zo spelenderwijs kunnen leren programmeren. Als je er maar tijd en moeite in steekt kan iedereen dat dus leren. Het is alsof je een tweede taal leert die je werk makkelijker maakt.

Gaat dat niet wat ver voor creatievelingen?
Laat ze juist maar uit die comfortzone komen. Wat mij betreft is een goede ontwerper altijd nieuwsgierig. Als je de mogelijkheid krijgt om beter werk te leveren, dan moet je dat op zijn minst uitproberen. Zelfs als dat een investering van tijd en moeite met zich meebrengt. Het voordeel is dat je snel bij bent, want de ontwikkelingen gaan in de praktijk heel snel: als ik een half jaar niets doe, dan loop ik ook al hopeloos achter de feiten aan. Je kan nu bijvoorbeeld al werken in een digitale omgeving waarbij je real-time ziet wat je bouwt. Dat is best te vergelijken met wat kinderen in Minecraft doen. Zo kan je veel meer focus op het ontwerp zelf leggen, in plaats van op allerlei randzaken. Ontwerpen krijgt zo een hele andere dimensie, dat moet je jezelf niet ontzeggen.

Verandering van spijs doet eten?
Precies. Je moet niet altijd alleen maar vasthouden aan wat je kent, want er is zo veel meer mogelijk dan je denkt. Dat geldt voor jong en oud. Als je maar nieuwsgierig en gedreven genoeg bent om nieuwe dingen te proberen.

Meer weten over de toekomst van design? Robert Kortenoeven spreekt op 25 oktober in Eindhoven bij Digital Wednesday. Reserveer hier kosteloos je toegangstickets.

McDonald’s en de grote Rick and Morty Szechuan-saus PR-faal van 2017

McDonald’s dacht met een PR-actie slim in te spelen op een populaire tv-serie. Dat escaleerde volledig. 

Toen McDonald’s op 1 oktober aankondigde voor één dag Szechuan Chicken McNugget-saus terug op de markt te brengen, explodeerde het internet van vreugde. Toen het eindelijk zover was, gebeurde dit opnieuw. Deze keer was men verontwaardigd.

Wacht, wat is er gebeurd?

De aanleiding was Rick and Morty, een populaire animatieserie van het kaliber en genre South Park. In de serie reist Rick – een soort cynische Doc uit Back to the Future met een alcoholprobleem – met zijn kleinzoon Morty door middel van een portal gun door oneindig veel universums en tijdlijnen en beleeft zo de meest absurde avonturen. In de eerste aflevering van het derde seizoen van de serie gaat Rick op een levensgevaarlijke missie, die uiteindelijk alleen te doen blijkt te zijn om McDonald’s Szechuan Chicken McNugget-saus. Die werd (in het echt) in 1998 tijdelijk ter promotie van de Disney film Mulan bij McDonalds verkocht. Rick reist in de desbetreffende aflevering terug in de tijd om de saus te kunnen bestellen.

Fans van de serie lieten McDonald’s massaal weten dat ze deze zogenaamd legendarische saus terug in het assortiment wilden zien en de fastfoodketen hapte toe. Het kondigde aan speciale Rick and Morty Szechuan-saus bij een beperkt aantal vestigingen in de VS in ‘zeer gelimiteerde oplage’ te zullen verkopen.

Wat er vervolgens gebeurde laat zich raden: Rick and Morty-fans reden stad en land af en stonden uren in de rij in de hoop een pakje Szechuan saus te kunnen bemachtigen. Voor de meesten was het vergeefse moeite omdat er ongeveer 20 pakjes per vestiging beschikbaar waren en er bij veel vestigingen een uur voor opening al drie keer zoveel mensen in de rij stonden. Mensen waren boos en teleurgesteld, zelfs zo erg dat er hier en daar politie aan te pas moest komen om de gemoederen te bedaren.

Wat ging er verkeerd?

McDonald’s bood natuurlijk zijn excuses aan (maar zei daarbij nog wel even fijntjes dat ze duidelijk hadden aangekondigd dat het een zeer beperkte oplage zou zijn). Het idee van McDonald’s was goed, maar het bedrijf maakte een fout: de doelgroep was niet goed in beeld. Dat geldt zowel voor de omvang van de Rick and Morty-fanbase, als voor zijn fanatisme.

Want laten we wel wezen, je moet uit een bijzonder soort hout gesneden zijn om als fan van een tv-serie uren in de auto te zitten en uren in de rij te staan voor een kuipje saus. Een heel bijzonder soort hout… En de waanzin is nog niet voorbij, zo blijkt uit dit nieuwsbericht over een fan die zijn auto ruilde voor een kuipje saus. Jawel, zijn auto.

Dat fans zo fel reageerden op de PR-faal van McDonald’s is opvallend, maar niet verrassend. De keten wordt door sommigen gezien als een voorbeeld van een Evil Corporation (geld verdienen door mensen ongezond voedsel te laten eten) en het is daarom een dankbaar merk om op af te geven.

Kortom

Het cliché is waar: alles begint met een goed idee. Maar minstens zo belangrijk is een vlekkeloze executie. Daaronder valt een scherpe analyse van de doelgroep en de potentiële impact van de actie. De belabberde uitvoering van de prima bedachte PR-actie van McDonald’s is hier een schoolvoorbeeld van, met imagoschade voor de fastfoodketen als gevolg: voor veel mensen bevestiging van wat ze al dachten: ‘grote bedrijven begrijpen ons niet’. McDonald’s werd een common enemy voor de grote schare Rick and Morty-fans.

Dit artikel is ook verschenen op Communicatie Online.

4 consumententrends die elke digital transformer moet kennen in 2018

Veelal is bij trends het aja-effect groter dan het aha-effect: de meeste ken je al. Maar David Mattin, head of trends & insights bij TrendWatching, wist nog echt te verrassen met zijn nieuwigheden voor 2018 tijdens de dertiende eDay van Emerce. In de Kromhouthallen te Amsterdam werd het dagprogramma afgetrapt door deze leider van een wereldwijd team van analisten die trends in consumentisme, business en innovatie ontdekken. Mattin presenteerde het publiek van eDay vier nieuwe consumententrends voor 2018 die iedere zichzelf respecterende digitale transformer op zijn netvlies moet hebben om de volgende innovatieve dienst, platform, businessmodel of app tot een succes te maken.

Trendwatching model

Volgens Mattin hoef je maar 12 maanden terug te kijken om te zien hoe snel verwachtingen van consumenten veranderen. Trendwatching gebruikt een speciaal model om achter deze trends te komen. Aan de ene kant heb je de veranderingen van onder meer technische, economische of politieke aard. Aan de andere kant verandert de menselijke natuur juist bijna niet gedurende een bepaalde periode. Het is daarom van belang te kijken hoe je als merk die min of meer vast staande menselijke natuur van dienst kan zijn. Technische innovatie kan van invloed zijn op hoe mensen denken, zich gedragen en wat ze verwachten. Zo’n nieuw verwachtingspatroon van consumenten kan zich razendsnel verspreiden. Je spreekt dan van een trend. Mattin waarschuwt dan ook het publiek in de zaal; zorg dat je vooroploopt, want deze trends zijn nu al aan de gang. Let daarbij op dat game changing innovaties zich niet beperken tot je eigen industrie.

Trend 1 – Automated (A) Commerce

Uitgangspunt bij de trend A-commerce is de gedachte dat iedereen van service houdt. Daarnaast is er een lawine aan Artifical Intelligence (AI). Consumenten verwachten van merken dat ze AI inzetten. De vraag is dan ook: Hoe kan AI de dienstverlening aan consumenten en hun menselijke behoeftes vergemakkelijken? Denk daarbij aan hoe mensen spullen kopen of financiële beslissingen maken. Zo wil de Amerikaanse supermarktketen Walmart een ecosysteem van sensors opzetten die kunnen registreren wanneer je je tandenborstel oppakt en zo berekenen wanneer je nieuwe tandpasta nodig hebt en ervoor zorgen dat je die in huis hebt nog voordat je oude op is. Een ander voorbeeld is automatisch sparen zonder erover na te hoeven denken met Digit. Als consument hoef je dus niet meer zelf te letten op je diensten en aankopen, dat is geautomatiseerd. Het nadenken, zoeken en aankopen is geoutsourced aan een algoritme, of wel A-commerce.

Trend 2 – True self

Bij deze trend is het uitgangspunt dat mensen altijd behoefte hebben aan personalisatie. Het is al gemeengoed dat je je Nike-schoenen kan personaliseren doordat het merk zijn klanten de mogelijkheid biedt te kiezen uit verschillende kleuren en patronen, waarna een heel persoonlijke gymp van de band rolt. Maar de True self trend gaat veel verder. Klanten verwachten dat het merk hen beter kent dan zijzelf en hen vertelt wat ze willen. Er zijn zelfs consumenten die voor de grap hebben gezegd dat als de Discover weekly-playlist van Spotify een persoon was ze met diegene zouden willen trouwen omdat het Spotify-algoritme hen zo goed lijkt te kennen. De data van een persoon zorgen dat het algoritme maatwerk kan leveren aan die consument. Consumenten verwachten in 2018 van slimme merken dat ze nieuwe vormen van persoonlijke data gebruiken om te personaliseren rond de ‘ware ik’, zonder dat de consument daar zelf iets voor hoeft te doen. Ze verwachten van merken dat die weten wat hun voorkeuren zijn waarvan ze zelf niet eens wisten dat ze ze hadden. Dit gaat zelfs zover dat Skyn een algoritme heeft losgelaten op de stem van mannen en aan de hand van een analyse van de stem kan adviseren welke condoom een man het beste kan gebruiken.

Trend 3 – Virtual companions

De gedachte dat mensen behoefte hebben aan welbevinden als afspiegeling van hun status ligt ten grondslag aan deze trend. Status gaat tegenwoordig niet meer om wat je hebt maar om wie je bent, je algehele welbevinden. Bedenk daarbij dat we in 2016 maar liefst 394% meer tijd hebben gespendeerd op messenger apps (Yahoo, juni 2017) en je kijkt er niet eens meer van op dat men meer en meer met chatbots praat. We vragen chatbots zoals Siri tegenwoordig niet alleen meer om functioneel advies, zoals waar het leukste restaurant in de buurt zit, maar ook om persoonlijk psychologisch advies, counseling. Dit gaat dus om welbevinden. Zo leert bijvoorbeeld de chatbot Replika je steeds beter kennen met behulp van AI en wordt het als het ware een spiegelbeeld van wie jij bent, deze chatbot weet uiteindelijk precies wie je bent. Een chatbot kan zelf ook een persoonlijkheid ontwikkelen; ze worden je virtuele vrienden.

Trend 4 – Insider trading

Het gedachtegoed achter deze consumententrend is dat merken dezelfde waarden die jij hebt met je delen. Merken zijn steeds transparanter. De interne cultuur van een merk is dus zichtbaar en moet overeenkomen met de waarden van de consument als het merk de consument wil aanspreken. De interne cultuur reflecteert op de consumenten die zich met het merk willen identificeren. Zij moeten een goed gevoel bij het merk hebben. Daarom is het belangrijk positieve veranderingen door te voeren in het bedrijf en dit met de wereld te delen. Zo heeft bijvoorbeeld Intel eerder aangekondigd dat het een diverser personeelsbestand wil hebben. Ze willen niet meer alleen witte mannen van rond de veertig, zoals bij vele tech-bedrijven het geval is, aantrekken. Ze focussen op dit personeelsbeleid en zijn daar heel transparant over, zodat consumenten een goed gevoel kunnen krijgen bij de interne cultuur van het bedrijf. Het gaat hier dus niet om een digitale verandering, maar om krachtige positieve veranderingen binnen het bedrijf als marketingtool.

Bekijk hier de hele presentatie van David Mattin.

Uitreiking Digital Transformers Award 2017

Afgelopen donderdag werd voor de derde keer de Digital Transformers Award uitgereikt. Dit jaar werd de prijs, een initiatief van Mirabeau, NewPeople en Lubbers De Jong, in de wacht gesleept door Gerhard van der Bijl, Chief Digital Officer van Royal FloraHolland. De jury, bestaande uit oud-winnaars Anouk Beeren en Robert van Geffen, verkoos Van der Bijl vanwege de branche-overstijgende transformatie die zijn organisatie heeft doorgemaakt.

“Het is heel mooi om juist van vakgenoten deze erkenning te krijgen. Met Royal FloraHolland maken we een transformatie in een traditionele sector door. Dit is een enorme stimulans om daar mee door te gaan en nieuwe stappen te blijven zetten”, aldus de winnaar.

Gerhard van der Bijl had in de finale concurrentie van Eric van Westbroek, directeur online bij PostNL, Frank Verkerk, Chief Digital Officer bij ABN AMRO, Han-Menno Depeweg, Head of Digital bij NRC Media, Lara Ankersmit, hoofd digitale media bij NOS en Peter Sonke, directeur online bij KPN & Telfort bij KPN.

200 digitale influencers bij elkaar
Tijdens deze derde editie van de Digital Transformers Award kwamen 200 digitale influencers bij elkaar in de A’DAM Toren. Keynote sprekers Herna Verhagen (CEO PostNL) en Christian van Thillo (CEO De Persgroep) deelden hun ervaring met digitale transformatie en zorgden zo voor de nodige inhoudelijke diepgang. Daarnaast kreeg het publiek de mogelijkheid om de finalisten aan de tand te voelen, geleid door host Jim Stolze.

Op Emerce: Digital Transformers Award naar Royal FloraHolland

4 valkuilen die van een PR-onderzoek een WC Eend-verhaal maken

Enquêtes en onderzoeken zijn een uitgelezen manier om PR te bedrijven. Journalisten pakken het nieuws hieruit vaak dankbaar op, maar dan moet het onderzoek wel gedegen zijn uitgevoerd. Zo niet, dan val je genadeloos door de mand.

Toen ik mijn journalistenpet verruilde voor een PR-pet moest ik mijn toenmalige hoofdredacteur plechtig beloven dat ik geen WC Eend-onderzoeken zou gaan versturen. De term WC Eend-onderzoek kent zijn oorsprong in een tv-reclame uit de jaren ’80 waarin een koddige meneer in witte laboratoriumjas zogenaamd wetenschappelijk onderbouwd uitlegt waarom WC Eend het beste schoonmaakmiddel voor je pot is. Met de afsluitende pay-off ’Wij van WC Eend adviseren: WC Eend’.

Een WC Eend-onderzoek is een pseudo-onderzoek waarvan de uitkomst heel opzichtig in het voordeel van de afzender is. In het communicatievak kom je ze helaas regelmatig tegen. Deze vier veelvoorkomende valkuilen veranderen je enquête in een WC Eend-onderzoek:

  1. Slecht geformuleerde vragen

Een relevante onderzoeksvraag vormt de basis van een goed onderzoek. De formulering ervan is echter moeilijker dan het lijkt. Het is verleidelijk om vanuit de gewenste eindboodschap een onderzoek op te zetten, maar dat maakt het resultaat niet spannend en zal al helemaal niet tot nieuwe inzichten leiden. De kans dat het wordt opgepikt in de media wordt daardoor kleiner. De beste communicatieresultaten worden behaald met objectieve onderzoeken die echt ergens over gaan en los staan van het verdienmodel van de opdrachtgever. De PR-waarde haal je daarbij uit het vergroten van de naamsbekendheid en thought leadership van de organisatie. Dat bouw je op doordat je als afzender van het onderzoek wordt vermeld en eventueel de resultaten duidt.

Het juist formuleren van subvragen en antwoorden is ook cruciaal. Een open vraag die je alleen met ‘ja’ of ‘nee’ kunt beantwoorden bijvoorbeeld, is een crime voor de betrouwbaarheid van je enquête. Bovendien oogt het nogal amateuristisch wat dan weer een negatieve weerslag heeft op de opdrachtgever.

  1. Te weinig of de verkeerde respondenten

Je hebt een enquête opgesteld. Nu moet je nog voldoende en de juiste mensen vinden om hem in te vullen. Een onderzoek met te weinig respondenten is niet representatief. Ook de kwaliteit van de groep deelnemers is belangrijk. Het is niet nuttig om jongeren onder de 18 jaar vragen te stellen over autobezit, of senioren over de hipste festivals. Deelnemers moeten bevoegd zijn iets te zeggen over het onderwerp dat je onderzoekt, maar de groep moet ook divers genoeg zijn voor een representatieve dwarsdoorsnede. Gelukkig zijn er onderzoeksbureaus die hierbij kunnen helpen en doelgroepen kunnen targeten voor je.

  1. De verkeerde conclusie trekken

Je hebt je enquête afgerond en de cijfers komen binnen. Nu is het zaak ze juist te interpreteren. Tegen betaling helpen onderzoeksbureau je hierbij, anders krijg je alleen een dataset toegestuurd en moet je zelf aan de slag. Natuurlijk wil je iets interessants kunnen communiceren en hoop je een onverwachte conclusie te kunnen trekken, maar dat zal niet altijd het geval zijn. Maak er een aantrekkelijk verhaal van maar houd je aan de feiten.

Om conclusies te kunnen trekken, moet je verbanden leggen. Houd daarbij het verschil tussen correlatie en causaliteit in gedachte (in de video hieronder wordt het uitgelegd). Dat twee ontwikkelingen gelijk opgaan, wil nog niet zeggen dat de ene de andere veroorzaakt. Sinds de jaren ’70 is bijvoorbeeld zowel het aantal rokers als het aantal dodelijke verkeersongelukken in Nederland fors gedaald. Het is echter niet zo dat er minder mensen overlijden in het verkeer dóórdat we minder zijn gaan roken met z’n allen.

Let goed op formulering als je verbanden legt. Als je niet zeker weet dat er een causaal verband is, meld dan duidelijk dat je een aanname doet. Een expert citeren die het verband kan duiden en verklaren, maakt je conclusie sterker.

  1. Je publiek onderschatten

Je onderzoek is af en je bent klaar om het te pitchen en verspreiden. Overtuig jezelf van de juistheid van je verhaal en wees bereid de resultaten en achtergronden van het onderzoek te delen als daar om gevraagd wordt. Veel redacties hebben het protocol dat ze het hele onderzoek willen inzien – inclusief hoeveel respondenten er meededen en wie het onderzoek heeft uitgevoerd – voordat ze erover willen publiceren, juist om uit te sluiten dat ze met een WC Eend-onderzoek te maken hebben. Een goede journalist zal kritische vragen stellen over je conclusie, of zijn eigen conclusies trekken uit de gegevens.

‘Er zijn drie soorten leugens: leugens, grove leugens en statistieken’, is een bekende uitspraak. Voorkom dat je jezelf en je opdrachtgever in diskrediet brengt met een slecht uitgevoerd onderzoek. Zélfs als zijn product het beste reinigt tot onder de rand.

Klant aan het woord: Diana Janssen, directeur van DDMA

In deze rubriek zetten we maandelijks één van onze klanten in de schijnwerpers. Ditmaal geven we het woord aan Diana Janssen, directeur van DDMA, de brancheorganisatie voor data en marketing. Dit najaar is zij vooral bezig met het klaarstomen van de marketingsector voor de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de nieuwe Europese privacywet.

Wat doet DDMA precies?
“Als brancheorganisatie verbinden wij 300 leden – grote adverteerders als KLM, non-profitorganisaties als War Child en dienstverleners – uit de data- en marketingsector met elkaar. Voor hen organiseren we netwerk- en kennisbijeenkomsten, evenals grote evenementen als Friends of Search en de Data Dag. Ook reiken we verschillende awards uit. Daarnaast spreken wij met de stakeholders in Den Haag en Brussel over de ontwikkeling van een duurzame data-economie. En waar nodig ondersteunen wij onze leden met juridisch advies op het gebied van datasecurity en privacyregels. We hebben daarvoor twee juristen in dienst. Op dit moment richten zij zich natuurlijk vol op de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de privacywet die in mei 2018 ingaat. Bedrijven hebben daar – terecht – enorm veel vragen over. Als AVG-expert staan we hen bij.”

Waarom is die privacywet zo’n groot thema voor bedrijven?
“De impact van de AVG, die in het Engels ook wel bekend staat als GDPR, is enorm groot. Het uiteindelijke doel van de wet is om consumenten meer controle te geven over hun eigen gegevens. Dat is een positieve ontwikkeling, die meer balans aanbrengt in de data-economie. Het vereist voor organisaties echter wel ingrijpende veranderingen met betrekking tot hun bedrijfsvoering, informatiehuishouding en IT-systemen. En veel tijd is er niet meer. Wie vanaf mei volgend jaar niet voldoet aan de nieuwe regels staat boetes te wachten tot 20 miljoen euro of vier procent van de wereldwijde omzet.”

Op welke manier helpt DDMA bedrijven bij de voorbereiding?
“We zijn begin dit jaar gestart met een groot AVG-voorlichtingstraject voor onze leden. We informeren ze over alle veranderingen die de wet met zich meebrengt, van de meldplicht datalekken tot privacy-by-design en van het geven van toestemming tot dataportabiliteit. Dit doen we zowel online als via live events. Ook is ons keurmerk, het Privacy Waarborg, inmiddels AVG-proof. Elk bedrijf dat de bijbehorende audit doorloopt, weet precies waar er nog werk aan de winkel is.”

Waar staat het Privacy Waarborg precies voor?
Het Privacy Waarborg controleert of organisaties zorgvuldig en transparant omgaan met persoonsgegevens en of zij zich aan de privacywetgeving houden. Al onze leden moeten deze audit doorlopen. Voor bijvoorbeeld dienstverleners is het waarborg onmisbaar, omdat adverteerders hier vaak om vragen voordat zij met een partij in zee gaan. Met de nieuwe privacywet wordt dit alleen maar belangrijker, omdat de hele keten dan aansprakelijk is voor databescherming. Dat geldt dus ook voor dienstverleners. Ter voorbereiding op de nieuwe privacywet kunnen overigens ook bedrijven die het keurmerk nog niet hebben de audit aanvragen. Doorlopen ze die met succes, dan krijgen zij het Privacy Waarborg én profiteren zij meteen van de voordelen van het DDMA-lidmaatschap.”

Case – Bynder’s Remote Work Week

Techbedrijf Bynder liet tijdens de eerste week van de zomervakantie geen personeel toe op kantoor. Wereldwijd bleven de deuren van alle locaties gesloten, zodat in totaal 300 medewerkers verplicht ergens anders moesten werken. Bynder demonstreert zo zijn vernieuwingsdrang, die verder reikt dan alleen technische oplossingen. Daarnaast is het een mooie conversation starter in aanloop naar de lancering van Bynder’s nieuwe software: Orbit. 

Het idee voor de remote work week ontstond tijdens een brainstorm over Bynder’s vernieuwende bedrijfsvoering. Intern zou het een mooi experiment zijn: bevordert een week waarin het personeel verplicht buiten kantoor werkt creativiteit en autonomie? Daarnaast zou het waardevolle publiciteit kunnen opleveren in aanloop naar de lancering van Orbit, Bynder’s nieuwe software.

Doelstelling

Het belangrijkste was om alle neuzen binnen Bynder dezelfde kant op te krijgen. Van stagiaire tot CEO, iedereen moest akkoord zijn met het plan. Het begin van de zomervakantie was qua timing ideaal, maar door de korte aanlooptijd moest alles dan wel tot in detail worden gepland. Hier is met het team hard aan gewerkt. Publicitair mikten we op landelijke publicaties in Nederland, evenals aandacht in de vakpers. Een nieuwsitem op radio of televisie zou de kers op de taart zijn.

Aanpak

Onze aanpak bestond uit een mix van persberichten, bijhorende blogs, een social mediastrategie, oefeninterviews en pitches richting journalisten.

Voor het contact met de pers hebben we gebruik gemaakt van ‘exclusieve’ pitches, waarbij vooraf geselecteerde media het verhaal al op voorhand krijgen aangeboden. Media hebben zo meer tijd om zich voor te bereiden. Hierdoor had RTL bijvoorbeeld de mogelijkheid om maandag tijdens de eerste ‘remote day’ gelijk te komen filmen. Daarnaast kon NRC een uitgebreider stuk opzetten, waarbij ook experts om hun mening werd gevraagd.

Na de exclusieve pitches hebben we een persbericht uitgestuurd naar een bredere doelgroep. Om het bericht aantrekkelijker te maken is er een foto gemaakt waarop topman Chris Hall de glazen toegangsdeur van Bynder dichthoudt. Hierachter is het personeel te zien, dat hard zijn best doet om toch nog binnen te komen. Deze foto kon vrij gebruikt worden door geïnteresseerde media.

Naast publiciteit via de traditionele pers wilden we de actie ook naar een breder publiek brengen via social media. Via een speciale landingspagina konden bedrijven zich met hashtag #remoteday aansluiten bij het initiatief en hun ervaringen delen.

Resultaat

Het initiatief omtrent remote work week kreeg uitgebreid aandacht in het RTL Journaal. Daarnaast werd de berichtgeving in NRC opgenomen. NRC-journalist Ykje Vriesinga besloot zelfs om zelf aan remote work day mee te doen en een artikel over deze ervaring te schrijven. Binnen vakmedia werd het bericht onder andere gedeeld op Fonk, Customerfirst en Techzine. Daarnaast was er internationale aandacht, op onder meer Americaninno en TechRepublic.

Ook als conversation starter functioneerde het nieuws goed. Bedrijven als Hotjar, Spaces, Wework, Fixico, Recruitee, Enhancv, Wanderbrief en Bloomreach sloten zich aan bij Bynder’s initiatief. Ook Lubbers De Jong deed uiteraard mee!

Orbit liftte mee op alle voorgaande publiciteit. De nieuwe software van Bynder kreeg onder meer aandacht op RTL Z en in vakmedia als Sprout, Marketingfuel en Dutch IT Channel. Daarnaast leverde de nasleep van het project onder meer een interview in Quote op, evenals uitnodigingen voor deelname aan grote marketingcampagnes van Zilveren Kruis en I amsterdam.

Chris Hall, oprichter en CEO van Bynder:

“Met hulp van Lubbers De Jong hebben we succesvol een doorlopend PR-plan kunnen realiseren. Dankzij origineel en authentiek inspringen op het juiste moment, zoals met deze remote work week, hebben we meerdere radio- en tv-momenten gehaald, waaronder tweemaal het journaal.”