3 SEO-tips voor vindbare website content

Dagelijks schrijven we bij Lubbers De Jong relevante, inhoudelijke en goed leesbare content voor onze tech klanten. Hierin combineren we creativiteit én technische SEO, zodat deze teksten niet alleen resoneren bij onze klanten en hun doelgroepen, maar ook bij de eerste resultatenpagina van Google.

Jouw artikelen zo hoog mogelijk in Google

Ons doel is om artikelen zo hoog mogelijk in de Search Engine Ranking Page (kortweg SERP) van Google te laten verschijnen, zodat de vindbaarheid van het web domein van onze klanten verbetert. Wil je ook content die zowel relevant is voor lezers als voor Google? Dan hebben we in dit stuk drie tips over de basis van SEO waarmee je alvast zelf aan de slag kan (maar uiteraard mag je ons ook gewoon bellen).

Tip 1: Begin met een korte zoekwoorden analyse

Stel: je werkt bij een organisatie die low code platform oplossingen aanbiedt, en je wil een inhoudelijk artikel over dit onderwerp schrijven voor op de blog-sectie van je website. Bekijk dan welke zoektermen rondom de query ‘low code platform’ vaak worden gebruikt in Google. Mijn tip hierbij: kijk niet naar het zoekvolume, maar maak een selectie van de termen die overeenkomen met wat jouw beoogde doelgroep het meest interessant vindt. Zo komt er bij mijn analyse op de query ‘low code platform’ het volgende naar boven: ‘what are low code platforms’, ‘low code app’ en ‘low code forrester’ naar boven. Als je al deze termen in het artikel gebruikt, krijg je geheid meer bezoekers naar het artikel, simpelweg omdat het vaker gezocht wordt.

Gratis keyword tools
Zelf maak ik bij voorkeur gebruik van Semrush, maar dat is een betaalde tool, voor echte liefhebbers. Voor gratis zoekwoorden-onderzoek kun je terecht bij de keyword tool Ubersuggest, of met de meest relevante naam ooit: keywordtool.io. Die laatste vraagt overigens een maandbedrag als je ook het zoekvolume van query’s wil weten, maar daarvoor kun je kosteloos terecht bij de zoekwoorden tool van Google Ads: de zoekwoordplanner.

Tip 2: Zorg dat je website snel laadt

Website bezoekers verwachten tegenwoordig een razendsnelle dienstverlening, ook online. Dat geldt ook voor de content op jouw website: als die langzamer dan binnen 5 seconden laadt, is 50% van de bezoekers al afgehaakt. En dan kan je rekenen op een hoge bouncerate. Het verkleinen en optimaliseren van afbeeldingen kan al zorgen voor een veel betere laadtijd. Vermijd wel het verkleinen met HTML. Daarmee voeg je extra code toe, en dat kost juist meer tijd om te laden. De netto laadtijd-winst is daardoor dus niet maximaal. Gebruik in plaats daarvan bijvoorbeeld het programma PIXResizer (voor Windows) of Photo Size Optimizer (voor Mac). De laadsnelheid van je website kun je checken met gratis tools als Pingdom of Uptrends.

Tip 3: Voeg een call to action en share buttons toe

Voor optimale ranking wil je het liefst dat lezers niet afhaken na een paginabezoek, maar verder gaan lezen binnen je website. Zorg dus voor een interessante call to action door een button of pop-up in je artikel in te bouwen. Plaats daarnaast ook altijd een aantal social buttons. Google bekijkt namelijk of jouw content wordt gedeeld en hangt daar een waarde aan: hoe meer shares, hoe beter je ranking. Plaats daarom ook altijd wat social buttons. In het veelgebruikte CMS WordPress bestaan handige plugins zoals Shareaholic en AddThis.

Laat jouw content optimaliseren voor SEO

Geen tijd om zelf aan de slag te gaan met SEO-optimalisatie voor jouw content? Laat ons dat dan voor je regelen. Wij doen eerst een uitgebreide check van voor jouw relevante zoekwoorden met professionele tools, waarna we je bestaande content optimaliseren door deze zoektermen te implementeren. Uiteraard gaan we ook aan de slag met je tags, en voegen we andere SEO-aspecten toe aan de HTML-code van je pagina.

Gratis SEO verbeterpunten in je mailbox?

Stuur een mail naar maite@lubbersdejong.nl met jouw bedrijfsnaam en je web url en je ontvangt van mij een scan van enkele SEO verbeterpunten van jouw webcontent!

De blockchain als katalysator voor een decentrale samenleving

Terwijl de grote hype rondom de handel in Bitcoin weer wat is ingedamd, lijkt de innovatietrein rondom blockchain-technologie onverstoord door te denderen. Enthousiastelingen zijn het erover eens: in de nabije toekomst heeft blockchain een grote impact op de manier waarop we vertrouwen waarborgen en daarmee ook op de economie. Zaak dus om als professional en organisatie te investeren in kennis rondom de mogelijkheden, om zo de concurrentie voor te blijven. Wij spraken met Paul Bessems, CEO van Weconet Blockchain Technologies, en een van de sprekers op de blockchain-editie van Digital Wednesday, die plaats zal vinden op woensdag 29 augustus in Igluu Eindhoven.

Gaat blockchain de wereld veranderen?

‘Ik ben zeker overtuigd van het paradigma dat blockchain voorstaat! De wereld ontwikkelt zich namelijk richting decentralisatie. Een voorbeeld daarvan is de manier waarop we werken. Waarom is dat vaak nog vanuit één locatie? Dat was vroeger logisch: daar stond het kapitaal, de apparatuur die nodig was om te kunnen werken. Maar nu hebben we tools gecreëerd waarmee we overal kunnen werken. We hebben zelfs kunstmatige intelligentie die werk voor ons kan doen.

Ondertussen zijn de producten en diensten die we creëren überhaupt steeds vaker digitaal of komen er op zijn minst mee in aanraking. Kijk naar de platform-revoluties die zich aan het voltrekken zijn, die op een decentrale plek vraag en aanbod bij elkaar brengen. Er zijn steeds minder zaken aan een fysieke locatie of een gecentraliseerde instantie gebonden. Een van de gevolgen van deze verschuiving, is dat de macht ook verschuift, van de gecentraliseerde instellingen naar de gebruiker. Dat zie je bijvoorbeeld aan de aanzwellende kritiek op het feit dat instellingen altijd kunnen beschikken over gegevens die eigenlijk niet van hun zijn. Waarom mag Google zomaar bijhouden waar ik naartoe surf zonder daar expliciet om te vragen? Waarom denk je dat mensen zo boos waren over wat er gebeurde bij Facebook? Je ziet in Europa wetten ontstaan zoals de GDPR: er is steeds meer drang naar digitale soevereiniteit. Je gezondheidsgegevens, locatiegegevens, data over je gedrag online: die zijn van de persoon die ze creëert, en alleen als die er toestemming voor geeft mogen anderen daar gebruik van maken. Maar hoe ga je zo’n systeem inrichten? Hoe ga je vraag en aanbod van data organiseren zodanig dat partijen alleen de data kunnen opvragen die ze nodig hebben, waarvan de ontvanger  zeker weet dat ze de gedeelde werkelijkheid zijn. Zulke vraagstukken kan de Blockchain-technologie oplossen. Ik zie het als een onderdeel dat een enorme bijdrage kan bieden aan waar onze samenleving naartoe ontwikkeld.’

En zijn we een beetje goed op weg?

‘We zitten echt in het begin nu, zeg maar ‘het 1973 van Internet’, in de fase dat de wereld nadenkt over toepassingen en er behoefte is om te leren over de technologie en zijn mogelijkheden. Daar hoort bij dat er wordt geëxperimenteerd met de technologie. Dat is natuurlijk niet altijd een succes, maar het is wel een voorwaarde voor optimalisatie en uiteindelijke toepassingen. De Bitcoin bijvoorbeeld, dat systeem draait al 10 jaar, zonder dat er ooit een dubbele transactie,  heeft plaatsgevonden, zonder dat daar een bedrijf of een CEO achter zit. Ok, het doen van een Bitcoin-transactie kost zoveel tijd dat het niet in alle situaties praktisch is om het als betaalmiddel te gebruiken, en de aanverwante exchanges hebben niet de beste reputatie, maar de onderliggende technologie werkt en draait.’

Wat is de eerst te nemen horde voor de doorbraak van blockchain?

‘We zien veel lokale initiatieven, waarin een bedrijf zelfstandig experimenteert. Dat past bij de fase van de technologie. Maar een blockchain toepassing wordt pas interessant wanneer ze universeel, of in ieder geval op grotere schaal te gebruiken is. Een van de grootste tips die ik wil geven is dan ook: Draai het om. Als één partij in de keten ineens wil dat iedereen zijn blockchain-oplossing wil gaan gebruiken, is er al sprake van wantrouwen. Creëer eerst een gelijkwaardig ecosysteem van partijen die bereid zijn een blockchain te gebruiken, en introduceer daarna de technologie.’

Meld je nu aan voor de volgende editie van Digital Wednesday over blockchain op woensdag 29 augustus in Igluu Eindhoven.

 

Case – Brancheorganisatie DDMA als GDPR/AVG-expert

Op 25 mei 2018 werd de langverwachte Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of GDPR) officieel van kracht. Deze Europese privacywet vereiste veel voorbereiding van bedrijven, maar daar leek begin 2017 nog niemand zich van bewust. Een mooie taak voor DDMA, als brancheorganisatie voor data en marketing, om daar verandering in te brengen. In navolging van de interne AVG-campagne die DDMA al was gestart voor haar eigen leden, zetten we gezamenlijk een PR- en contentstrategie op om de AVG ook extern op de kaart te zetten. Voor DDMA was dit bovendien de ideale kans zich als expert op het gebied van data en privacy te positioneren.

Doelstelling

De doelstelling van de AVG-campagne was in eerste instantie tweeledig. Enerzijds ging het om agenda setting, aangezien de AVG bij zowel journalisten als bedrijven nog niet op de radar stond. Anderzijds was het creëren van thought leadership belangrijk: door kennis te delen kon DDMA zich als expert op het gebied van data en privacy positioneren. Vanaf 2018, toen duidelijk was dat het bedrijfsleven wakker was geworden en de juridische afdeling werd bestookt met vragen, kwam er een derde doelstelling bij: het werven van nieuwe leden.

Aanpak

Onze aanpak bestond uit een mix van persberichten, pitches richting journalisten en expertartikelen. DDMA deed daarnaast onderzoeken onder haar eigen leden en was verantwoordelijk voor de social mediastrategie. Inhoud en kennis delen stond voorop in de campagne.

Anderhalf jaar voor de ingangsdatum van de AVG ging de AVG-campagne van DDMA van start. We begonnen met een brede scope, om het thema bekend te maken. Na een persbericht in februari waarin de focus vooral lag op de hoge boetes die aan het niet voldoen aan de AVG zijn verbonden, volgde in mei 2017 een interview in het FD met DDMA-directeur Diana Janssen. Hierin ging Janssen, naast de boetes, inhoudelijk in op de belangrijkste uitdagingen voor organisaties. In september leek het bewustzijn, ook dankzij campagnes van andere organisaties en toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens, onder bedrijven al flink te zijn toegenomen. Een mooie gelegenheid om via een ingezonden brief van Janssen in het FD een oproep te doen aan overheden en bedrijven om ook consumenten zelf bekender te maken met deze nieuwe wet.

Vanaf september specificeerden we de campagne en ging ook de contentproductie volop van start. In samenwerking met Matthias de Bruyne, legal counsel van DDMA, maakten we een blogreeks voor Marketingfacts. In 11 expertartikelen gingen we dieper in op verschillende onderdelen van de AVG – een ideale manier om de expertpositie van DDMA te versterken én in Google gevonden te worden op AVG-gerelateerde zoekwoorden. Om direct te profiteren van dit bereik – het best gelezen stuk is inmiddels 123.000 keer bekeken – linkten alle stukken naar de AVG Status Check van DDMA. Dit leverde DDMA veel relevante contacten met potentiële leden op.

De AVG-campagne kreeg in 2018 een vervolg met het produceren van artikelen gericht op specifieke sectoren. Voor onder andere de reis-, cultuur– en retailsector maakten we artikelen, waarin de meest gestelde vragen uit die sectoren werden beantwoord. Daarnaast stuurde DDMA verschillende interessante cijfers over de AVG de wereld in, gebaseerd op onderzoek onder leden en de AVG Status Check.

Resultaat

Waar het begin 2017 nog angstvallig stil was rondom de AVG, kon niemand een jaar later nog om de nieuwe privacywet heen. De inhoudelijke insteek van de campagne wierp bovendien zijn vruchten af. Door de vele expertartikelen en onderzoeken, wist menig journalist DDMA in de eerste maanden van 2018 te vinden. Door onder meer het FD, het AD, NRC, Trouw, NU.nl, RTL en BNR werden directeur Diana Janssen en/of legal counsel Matthias de Bruyne om hun expertise gevraagd aangaande de AVG. Qua agenda setting en thought leadership was de campagne dan ook absoluut geslaagd.

Ook de werving van leden verliep meer dan voorspoedig. De combinatie van artikelen, media-aandacht en de AVG Status Check leidde tot enorm veel inhoudelijke vragen over de AVG én vervolgens tot aanvragen om lid te worden van de brancheorganisatie. Vanaf de zomer van 2017 groeide het ledenaantal met 25 procent van 268 tot 335, waarbij in bijna alle gevallen de AVG-expertise van DDMA de directe aanleiding was.

Monique Rutten, adjunct-directeur bij DDMA:

‘Voor de campagne ‘AVG mythbusters’ werkten we nauw samen met Lubbers de Jong. De AVG is een thema dat je moet blijven monitoren om spot on informatie te kunnen creëren voor de marketingsector. Hier slaagde Lubbers de Jong zeer goed in. Net als bij vele andere projecten waren we erg tevreden over de flexibele houding, inhoudelijk sterke content en fijne samenwerking met het team.’

Teambuilding in Zandvoort

Afgelopen vrijdag trokken we er met (een deel van) ons team op uit voor een teambuildingsmiddag aan zee. Met de mountainbike over het strand van Zandvoort naar IJmuiden en via de duinen weer terug. Geslaagde dag!

De inschrijving voor de Digital Transformers Award 2018 is geopend!

Op donderdag 11 oktober 2018 wordt voor het vierde jaar de Digital Transformers Award uitgereikt aan de grootste digitale veranderaar in Nederland. Afgelopen jaar nam Gerhard van der Bijl van Royal FloraHolland de award in ontvangst. Digitale transformers kunnen zich tot 10 september inschrijven. Het is ook mogelijk iemand anders te nomineren.

Niet alle grote traditionele organisaties worden door nieuwkomers, vaak tech startups, voorbijgestreefd. Er zijn ook corporates die juist vooroplopen in het digitaal transformeren. Toch blijft er de komende jaren een groeiende behoefte aan digitale transformers die deze corporates helpen omvormen. Met deze award wordt de beste ‘change-maker’ van het jaar in het zonnetje gezet.

Beoordelingscriteria

Een onafhankelijke vakjury is betrokken in het gehele selectieproces, van de longlist tot de nominaties en bepaalt uiteindelijk wie dit jaar de winnaar wordt. De belangrijkste beoordelingscriteria voor de award berusten op de aanwezigheid van drie eigenschappen:

  • De ideale digitale transformer heeft een heldere digitale visie met aantoonbare leiderschapskwaliteiten.
  • De kandidaat werkt voor een organisatie waarbinnen de digitale transformatie van fundamentele betekenis is.
  • Ook wordt er gekeken naar de realisatiekracht van de kandidaat, aan de hand van de impact en bereikte resultaten.

Gelegenheid tot kennis delen en netwerken

De award-avond van Digital Transformers zal plaatsvinden in The Loft van de A’DAM Toren en wordt dit jaar gepresenteerd door Jim Stolze, pionier op het gebied van digitale transformatie en drijvende kracht achter de Europese TEDx-conferenties. De uitreiking van de Digital Transformers Award brengt digitaal talent in Nederland in contact met bedrijven die een digitale inhaalslag maken. Het event biedt deelnemers de kans om kennis op te doen, te discussiëren en te netwerken.

Inschrijving

Iedere ‘change-maker’ die nauw betrokken is bij deze vertaalslag kan zichzelf of een ander online aanmelden. De inschrijving sluit op 10 september.

Over Digital Transformers

Digital Transformers zet het digitale talent in Nederland in de schijnwerpers en ondersteunt de digitale ontwikkeling van bedrijven door op onderscheidende wijze inspiratie, inzicht en ontwikkelmogelijkheden te bieden. Door de digitale revolutie zijn bedrijven genoodzaakt de essentie van hun organisatie te herdefiniëren. Oprichters van de Digital Transformers Award zijn recruiter Newpeople, digital agency Mirabeau en pr-bureau Lubbers De Jong. Tot de sponsoren behoort onder meer Cognizant.

3 PR-lessen van de AI Expo

Onlangs bezocht ik de AI Expo om inspiratie op te doen over hét technologiethema van nu: kunstmatige intelligentie. Elk bedrijf lijkt er iets mee te willen doen, maar niemand weet precies wat – laat staan hoe. Datzelfde zien we terug in de PR en marketing, waar je wordt doodgegooid met vage claims over deze populaire nieuwe technologie. Lees hier hoe je beter communiceert over dit complexe thema.

De AI Expo werd gecombineerd met twee andere beurzen, namelijk de IoT Tech Expo en de Blockchain Expo. Meer dan 8.000 bezoekers kwamen naar de Amsterdamse RAI (die overigens zelf ook een AI-toepassing lanceerde) om te horen hoe deze innovatieve techtrends de wereld gaan veranderen, maar met name ook welke kansen ze bieden voor hun bedrijf. Roepen dat je als organisatie ‘iets doet’ met AI, blockchain of IoT is niet nieuw meer. Inmiddels moet je vanuit PR-perspectief echt met een inhoudelijk verhaal komen. Ook al was PR geen thema op de beurs, toch geef ik hier graag wat algemene ‘lessons learned’ over hoe je als bedrijf je geloofwaardigheid behoudt als je met deze hippe techtrends aan de slag gaat.

1. Wees realistisch en helder

Bij de term AI (artificial intelligence) wordt er door de meeste mensen al snel gedacht aan computers die menselijke intelligentie evenaren, en allerlei taken kunnen uitvoeren met een veel hogere snelheid, precisie en continuïteit dan wij. In de praktijk zijn er twee varianten: General AI (de menselijke robot) en Applied AI (slimme, deels zelfstandig werkende systemen). De eerste variant bestaat nog niet, waardoor je nog niet hoeft te hopen op een virtuele vriendin met de stem van Scarlett Johansson of een robotkind. Experts verwachten dat deze vorm van AI nog wel twintig tot honderd jaar op zich laat wachten. De futurist Ray Kurzweil is optimistischer en voorspelt dat een AI al in 2029 de turingtest zal doorstaan.

Applied AI is een stuk realistischer en wordt nu al toegepast. Deze toegepaste vorm van kunstmatige intelligentie staat voor slimme, geautomatiseerde systemen die geoptimaliseerd zijn voor specifieke taken, zoals aandelen- en valutahandel, gepersonaliseerde advertenties of bedrijfsprocessen. En daarnaast is er nog machine learning, een specialisme dat onderdeel is van AI. Hierbij worden kunstmatige neurale netwerken met enorme hoeveelheden data getraind om data te classificeren en patronen te ontdekken. Dit wordt op grote schaal gebruikt voor toepassingen als spraak- tekst-, en beeldherkenning, voorspellende analyses, maar ook e-mailfilteren en cybersecurityanalyse.

Ga je als bedrijf aan de slag met AI, dan is het van groot belang dat je helder communiceert over de vorm van AI die je gebruikt, en wat je er precies mee van plan bent. Blijf dus niet hangen in algemeenheden of futuristische toekomstbeelden, maar leg uit wat je concreet met AI gaat doen. Dit komt je geloofwaardigheid ten goede, het straalt expertise uit, en je schept hiermee geen onrealistische of verkeerde verwachtingen.

2. Bedenk welk probleem je ermee oplost

De allergrootste fout je die je kunt maken, is investeren in een nieuwe technologie zonder een duidelijk plan. Ofwel: meegaan in de hype van de belofte, zonder strategie, en zonder te begrijpen of het realistisch is dat je concrete probleem ermee wordt oplost. Je kunt over een complex onderwerp als AI niet zomaar concluderen dat je er als bedrijf op korte termijn beter van wordt. Ook is het heel lastig om in te schatten welke investeringen en inspanningen ervoor nodig zijn om het überhaupt te implementeren. De kosten voor AI kunnen namelijk behoorlijk in de papieren lopen, en daarnaast mislukken veel kostbare AI-projecten. Toch lees je aan de lopende band berichten in de media over bedrijven die AI-chatbots toevoegen aan hun klantenservice, machine learning-algoritmes loslaten op hun big data-archieven, of datawetenschappers in dienst nemen.

Veel van deze initiatieven zijn echter vooral gedreven door opportunisme en marketing. Er zit geen heldere strategie achter, en de ‘waarom’-vraag uit de populaire TED-talk van Simon Sinek is duidelijk niet gesteld. In veel gevallen bieden traditionele analytics- of management-tools misschien een veel realistischer alternatief. Natuurlijk kan AI-technologie nu of in een later stadium een grote meerwaarde hebben voor bedrijven, en je dat mag je ook best erkennen in media-uitingen. Maar bedenk hierbij eerst goed welk probleem je er eigenlijk mee wilt oplossen, hoe je er als organisatie beter van wordt, en welke impact het heeft op de dienstverlening aan je klanten. Dan pas heb je een geloofwaardig verhaal.

3. Belicht de zonnige kant van AI

Voor elk bedrijf is verandering lastig, of het nu gaat om organisatorische of technologische zaken. AI wordt door veel grote multinationals gezien als de heilige graal, omdat zij hierdoor vele malen efficiënter, ondernemender en misschien zelfs creatiever kunnen worden. Maar voor de gemiddelde werknemer kan de aankondiging dat het bedrijf AI gaat inzetten overkomen als een keiharde bedreiging voor zijn werkgelegenheid. En dat is slechts het topje van de ijsberg qua einde-der-tijden-scenario’s. Niet voor niets is er een groeiende beweging die heel kritisch kijkt naar de opkomst van kunstmatige intelligentie en de gevolgen voor de mensheid. Zo waarschuwde Stephen Hawking in zijn laatste levensjaar dat AI de mensheid kan vernietigen, en Tesla- en SpaceX-ceo Elon Musk richtte de non-profit OpenAI op, met als doel de mensheid te behoeden voor de negatieve effecten van zelfdenkende machines.

AI brengt dus veel verschillende sentimenten met zich mee, waardoor je er als organisatie heel zorgvuldig over moet communiceren. AI is moeilijk te vatten, en wat mensen niet begrijpen, wantrouwen ze. AI biedt vooral kansen voor bedrijven die in normale mensentaal kunnen uit leggen wat het kan, waarom het handig is en waarom het een verbetering is. Benadruk de positieve effecten van AI en ontzenuw angsten over zaken als werkgelegenheid. Belicht de zonnige kant, en zorg ervoor dat zowel je organisatie als je mensen er beter van worden. Een bedrijf als Microsoft loopt hiermee voorop met campagnes als ‘AI for good’, waarbij de combinatie van AI, mensheid en samenleving wordt gepresenteerd als een kans om de wereld te verbeteren op gebieden als onderwijs, milieu en de gezondheidszorg.

Benieuwd hoe we jou kunnen helpen beter te communiceren over AI? Stuur me gerust een berichtje op onno@lubbersdejong.nl.

Lubbers De Jong doet mee aan de Dam tot Damloop en sponsort Stichting Phéron

Voor de twaalfde keer op rij staat Lubbers De Jong met een team van journalisten en relaties aan de start van de Dam tot Damloop. Zondag 23 september klinkt het startschot en gaan de dertig lopers – aangemoedigd door vele supporters – op weg naar Zaandam, en wellicht naar een nieuw persoonlijk record. Dit jaar loopt het team van Lubbers De Jong bovendien voor een goed doel: Stichting Phéron. Deze stichting zet zich in om ouders te steunen die tijdens de zwangerschap of rond de bevalling hun baby hebben verloren.

Afgelopen jaar overleden in Nederland gemiddeld vijf baby’s per dag voor, tijdens of na de bevalling. Stichting Phéron wil deze ouders steun bieden door onder andere:

  • De ouders voor te lichten en te inspireren over de mogelijkheden na het verlies van een baby en rondom het afscheid.
  • Het vergroten van het bewustzijn over de impact van babyverlies door kennisdeling van ervaringsdeskundigen.
  • De ouders ondersteunen na het afscheid door het aanbieden van coaches en het verzorgen van ontmoetingsmiddagen voor lotgenoten.
  • Zorgverleners voor te lichten op het gebied van omgang met ouders.

Memory box

De grootste pijler van de stichting is de Phéron Memory Box. Deze doos bevat herinnerings- en troostitems om ouders na het overlijden van hun baby te steunen. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan een kleiset voor handafdrukjes, een bewaardoosje en gehaakte knuffels. In een periode van (onverwachts) verlies, zijn deze hulpmiddelen in het bijzonder van belang in een later stadium van het rouwproces. De boxen worden momenteel via 25 ziekenhuizen uitgegeven, waaronder het Sint Antonius in Sneek, het Martiniziekenhuis in Groningen, het Leids Universitair Medisch Centrum, het Diakonessenhuis in Utrecht, het AMC in Amsterdam en het Amphia in Breda.

Paul en Sharon, de ouders van Phéron en oprichters van de stichting, kwamen op dit idee na het overlijden van hun zoon. Voor hen was er toen weinig nazorg, terwijl deze korte periode tussen geboorte en afscheid de enige periode is waarin ouders herinneringen van hun kindje kunnen opbouwen. Die nagedachtenis houd je beter en liefdevoller vast als je iets tastbaars hebt. Een jaar na het overlijden van Phéron was de stichting een feit. En nu, vier jaar later, worden er evenementen georganiseerd ten bate van de stichting, zoals de Run for Phéron, haakavonden en een landelijke collecte.

Sponsoractie

Eén van de lopers van het Damloopteam en zijn partner verloren in november 2016 hun kindje halverwege de zwangerschap. Inmiddels zijn zij vrijwilliger van de stichting en kwamen met het idee voor deze sponsoractie. Het team van Lubbers De Jong draagt dit stel en de stichting een warm hart toe en hoopt zondag 23 september een mooi bedrag bij elkaar te lopen. Stichting Phéron is geheel afhankelijk van vrijwilligers, donaties en sponsoren – en kan dus alle financiële steun gebruiken. Wil je het Dam tot Damloop-team en daarmee de Stichting Phéron sponsoren? Ga dan naar: https://stichtingpheron.digicollect.nl/lubbers-de-jong.

Playful learning: van een genadeloze afstraffing leer je het meeste

Kinderen, volwassen en zelfs senioren: iedereen gamet tegenwoordig. Meestal ter ontspanning, maar ook steeds vaker om te leren. Medische opleidingen, het zakenleven en het basisonderwijs maken allemaal al gebruik van ‘playful learning’. Afgelopen woensdag legde Evert Hoogendoorn bij Digital Wednesday uit waarom dat zo goed werkt. Naast zijn werk als strateeg en game designer bij IJsfontein is hij een dag per week docent bij de HKU. Een man met kennis van zaken, kortom!

Om gelijk met de deur in huis te vallen: wat is playful learning?
‘Het is een vorm van leren waarbij we vooral op het gedrag focussen. Televisie kijken en lezen zijn bij uitstek voorbeelden van ‘lean back’ ervaringen, waar de informatie over je wordt uitgestort – je ontvangt dan alleen. Gaming is een voorbeeld van ‘lean forward’, waarbij je zelf ook actief moet deelnemen. We geven dus niet aan wat je moet leren of wat je moet doen. In plaats daarvan zetten we een wereld neer waarin je dit als speler zelf mag ontdekken. Zo kan je het gedrag ook gelijk bijsturen, dat werkt heel goed. De beste manier om te leren hangt van het onderwerp af. Leren fietsen doe je in de praktijk, niet via een boek. En gaming helpt ook om bepaalde skills te ontwikkelen.’

Welke opleidingen sluiten daar goed bij aan?
‘We maken veel games voor het medisch onderwijs. Je kan dan denken aan het diagnosticeren van bepaalde ziektes. Hoe moet je handelen, hoe maak je een behandelplan voor de komende dagen, dat soort zaken. De resultaten zijn vrij eenduidig: het leren diagnosticeren gaat via game precies even goed als via een instructievideo. Het selecteren van de juiste medicijnen gaat ietsje beter met een game game, al scheelt dat niet veel. Maar het kunnen bedenken hoe de ziekte van een patiënt zich gaat ontwikkelen in de komende dagen, met onvoorspelbare beslisbomen, dat gaat in een game heel veel beter.’

Waar komen die goede resultaten uit voort?
‘Het gaat om de manier van denken, in games word je echt geactiveerd. En als je iets fout doet krijg je gelijk feedback, net zo lang tot je het goed doet. Denk maar aan Mario – je wordt genadeloos afgestraft als het niet goed gaat. Die korte feedbackloop is enorm waardevol. Een collega van mij is dat ook in de praktijk gaan toepassen. Zijn leerlingen mochten het proefwerk zo vaak maken als ze wilden, als ze uiteindelijk maar een tien zouden halen. Na het maken gaf hij steeds gelijk feedback, zodat ze wisten waar ze de mist in waren gegaan. Ook jongens die altijd onvoldoendes haalden kropen langzaam op. Uiteindelijk heeft iedereen die tien gehaald.’

Worden al jullie games op dezelfde manier opgezet?
‘De achterliggende gedachte is vaak hetzelfde, in die zin dat we mensen op actieve wijze laten leren. Maar het wisselt per spel enorm hoe we dat doen. Een medisch student of een museumbezoeker brengen hele andere interesses en mogelijkheden met zich mee. Een museumbezoek is veel vluchtiger, daarin moet je in korte tijd heel veel facetten meenemen. De musea uit mijn jeugd, daar accepteerde je dat je naar dingen ging kijken en dat er iemand wat uitlegde: ‘lean backward’. Bij mijn kinderen zie ik nu dat ze er vanuit gaan dat ze in een museum ook echt iets kunnen doen. Dan kan je niet met een bordje volstaan. Je moet echt iets op poten zetten.’

Kan je een voorbeeld geven?
‘In het openluchtmuseum van Arnhem hebben we games en interactieve installaties ontworpen voor de verschillende canonvensters van de geschiedenis van Nederland. Neem bijvoorbeeld de Tachtigjarige Oorlog, dan is er ook een stukje waarin je een musket kan laden. Nadat je een keer geschoten hebt moet je vervolgens weer tien minuten puzzelen. Dan besef je als bezoeker pas echt hoe lang dat eigenlijk duurde, veel meer dan als je er alleen over leest. Er is ook een stukje over kinderarbeid – kinderen moesten vroeger voor het bakken van klei en porselein hele zware materialen naar de oven dragen. Dat laten we bezoekers ervaren door ze ook echt iets zwaars te laten dragen. Die objecten hebben een sensor die meet of je die stapel te schuin houdt. Alles kan dus kapot vallen als je onvoorzichtig bent. Door zelf te sjouwen merk je pas echt hoe zwaar die kinderen het hadden.’

Je maakt de ervaring dus tastbaar?
‘Het draait allemaal om ervaren. Natuurlijk kunnen we ons tot op zekere hoogte wel verplaatsen in een ander: ik kan wel ongeveer bedenken hoe een bakker zijn brood bakt als ik daar over lees. Je krijgt alleen niet alle facetten mee. Soms is dat niet erg, maar soms is het wel een gemis. Neem nou schuldgevoel, dat kan een hele belangrijke factor zijn in de besluitvorming. In andere media leef ik me in, dan kan ik me voorstellen dat iemand zich schuldig voelt. In een game kan ik me zelf echt schuldig voelen omdat je dan zelf de keuzes maakt. Stel je bijvoorbeeld voor dat je levels lang voor een hond hebt gezorgd, en dan krijg je ineens de keuze om hem achter te laten. En als je dat doet gaat hij dood. Als je net helemaal op bent gegaan in de wereld van een spel, dan doet dat echt wel wat met je. Zo kunnen we artsen in een sandbox-omgeving om leren gaan met ethische dillema’s. Het maakt de realiteit echt tastbaar en de les wordt daarmee veel waardevoller.’

Klant aan het woord: Patrick Brand, marketingmanager bij Interxion

In deze rubriek laten we maandelijks één van onze klanten aan het woord. Ditmaal zetten we Interxion, de grootste datacenterleverancier van Europa, in de schijnwerpers. Patrick Brand is marketingmanager bij het bedrijf.

Wat doet Interxion en wat maakt jullie uniek?
‘Interxion (spreek uit: interaction) exploiteert 50 datacenters in 11 landen in Europa. Bedrijven kunnen er ruimte huren voor hun apparatuur en verbinding leggen met telecompartijen en andere bedrijven. Interxion is niet uniek, maar er zijn wel maar één of twee partijen wereldwijd die onze kwaliteitsstandaarden kunnen evenaren. We voldoen aan de zwaarste eisen op het gebied van energie-efficiëntie en beveiliging en hebben meer dan tweehonderd internetexchanges en connectiviteitsproviders in huis. Klanten zijn bij Interxion verzekerd van directe en ultrasnelle verbindingen naar alle plekken ter wereld. Door die hoogwaardige dienstverlening zijn we interessant voor een hele specifieke cliëntèle: in onze panden staan een aantal van de grootste internetbedrijven ter wereld.’

Wat willen jullie met PR bereiken?
‘Het is ons vooral om naamsbekendheid en reputatie te doen. Interxion is een kwaliteitsmerk en dat willen we graag uitstralen. Wanneer journalisten schrijven over de digitale infrastructuur van Nederland, de groei van de datacentersector of het succes van Nederland als vestigingsland voor IT-bedrijven moeten ze aan Interxion denken. Interxion speelt een sleutelrol om zoiets als ‘het internet’ mogelijk te maken, en dat is bijzonder. Overigens is naamsbekendheid niet ons enige doel. We organiseren en sponsoren events en partners en hebben een contentstrategie die tot directe leads leiden.’

Wat voor campagnes doen jullie om die doelstelling te bereiken?
‘We profileren ons vooral met de digitale infrastructuur en de groei van de sector. Als grote buitenlandse internetpartijen van onze datacenters gebruikmaken, verbinden we daar campagnes aan. Mooi voorbeeld is Bamtech, een videostreamingplatform dat begin dit jaar de deuren van z’n Europese hoofdkantoor opende. Samen met Lubbers De Jong hebben we plannen gemaakt om de komst van deze technologiegigant onder de aandacht te brengen. De meeste media-aandacht krijgen we echter met de groei van ons bedrijf. Interxion investeert met regelmaat in de bouw van nieuwe datacenters en nieuws op dit gebied is altijd interessant, omdat dit soort investeringen ten faveure komen van de BV Nederland.’

5 tips om meer uit je bedrijfsvideo’s te halen

Video speelt een steeds grotere rol in de marketingstrategie van bedrijven. Logisch, want de voordelen zijn evident. Een bedrijfsvideo biedt de mogelijkheid om een boodschap op een aantrekkelijke manier over te brengen en trekt sneller de aandacht dan een geschreven tekst. Om deze voordelen te benutten is het echter wel noodzakelijk dat mensen je video’s ook daadwerkelijk bekijken. En daar gaat het nog weleens mis…

In de 5 jaar dat ik nu video’s maak voor bedrijven heb ik het regelmatig voorbij zien komen. Na een intensief project met veel tijd en moeite van beide partijen is er een mooie video gerealiseerd waar het hele bedrijf trots op is. En daarna… niets. Twintig views in de eerste week – allemaal afkomstig van eigen medewerkers – en de dagen erna misschien nog vijf extra. Uhm, waarom hadden we die video ook alweer gemaakt? Om dergelijke situaties te voorkomen, kijken we bij Lubbers De Jong altijd verder dan alleen het maken van een mooie video. Een mooie video die goed bekeken wordt en resultaat oplevert – voor minder doen we het niet. Op basis van onze videostrategie deel ik graag de volgende 5 tips met je.

1. Bepaal duidelijke doelstellingen

Je maakt geen video omdat je graag een video wil maken. Je maakt een video omdat je iets wil bereiken. Wil je een lastige boodschap helder uitleggen? Wil je nieuwe werknemers aantrekken of meer traffic op je website? Zorg ervoor dat je vooraf duidelijke doelstellingen bepaalt. Je video’s worden er beter van en meer mensen zullen ze bekijken.

2. Neem risico

Wat geldt voor veel andere marketingprojecten, gaat zeker op bij video: wees niet bang en neem risico. Probeer op te vallen. Maak het persoonlijk. De wereld kent al genoeg saaie video’s en vooral in ‘onze’ tech-scene zijn ze er goed in. Een kalende man in een blauw pak die op zakelijke toon praat over digitale transformatie – erg lang hoef je er waarschijnlijk niet naar te zoeken. Als die meneer echter een persoonlijk verhaal vertelt, is de video al een stuk leuker om te kijken. Of je sponsort het NK Server Werpen en maakt daar een video over – zoals onze klant Interxion deed.

3. Knip je video in stukken

Het maken van een video hoeft niet perse te resulteren in één eindproduct. Vaak zijn er allerlei mogelijkheden om de video op meerdere manieren in te zetten en zo meer bereik te genereren. Neem een videoverslag van een event, waarin meerdere bezoekers worden geïnterviewd. Nadat de video is gemaild naar alle bezoekers, is het interessant om die interviews ook als losse video’s via LinkedIn of de eigen site te delen, zoals onze klant CoolProfs heeft gedaan. Bovendien kun je van alle shots die tijdens het event zijn geschoten zo weer een korte teaser monteren voor een volgende bijeenkomst. Twee – of drie – vliegen in één klap.

4. Zet een advertentiecampagne via social media op

Het delen van een video op social media is voor de meeste bedrijven een no-brainer. Maar is het genoeg? Via je bedrijfspagina en de accounts van je medewerkers bereik je nooit alle mensen uit je doelgroep, terwijl die kansen er op social media wel zijn. Het opzetten van een advertentiecampagne is dé manier om die kansen te benutten. Via LinkedIn en Facebook kun je veel bereik genereren en een heel specifieke doelgroep benaderen, op basis van bijvoorbeeld functietitels of interesses. Zo deed onze klant Mimaki dat bijvoorbeeld met een teaservideo in de aanloop naar een belangrijke beurs.

5. Denk verder dan één video

We adviseren bedrijven vaak om – vanuit marketingperspectief – meer als een uitgever te denken. Dat gaat ook op voor video. Eén video is namelijk leuk en kan veel opleveren, maar een langlopende videoserie sorteert meer effect. Stel dat je je directeur wil positioneren als ´thought leader´ op een bepaald vakgebied, waarom laat je hem of haar dan niet maandelijks een andere expert in dat vakgebied interviewen en leg je dit vast op video? Zo heb je maandelijks terugkerende interessante content, die op meerdere manieren inzetbaar is (zie ook tip 3).

SPECIALE VIDEO-ZOMERACTIE

Benieuwd hoe we jouw bedrijf op videogebied verder kunnen helpen? We helpen je graag! Deze zomer doen we dat zelfs voor niks. Dat werkt zo: als je in juni en juli een videoproductie bij ons afneemt, krijg je de videostrategie er gratis bij. Stuur me een mailtje op juliette@lubbersdejong.nl voor meer informatie.