Inbellen, Ilse en Het Internet – begindagen van het wereldwijde web

Herinner je je begin jaren ’90 nog? Toen we ons druk maakten over zure regen en Google nog niet bestond? Het waren de begindagen van het wereldwijde web voor de gewone burger, en dat was best even wennen.

Mondjesmaat kregen Nederlandse huishoudens begin jaren ‘90 toegang tot het Internet (met een hoofdletter). Niet omdat mensen dit nodig hadden om met elkaar in contact te komen, om rekeningen te betalen of om op te zoeken hoe die tegenspeler van Kevin Bacon in die ene film ook alweer heet. Maar gewoon, omdat een vage kennis die verstand had van computers zei dat het nog best wel eens groot kon worden, dat Internet.

Als je terugkijkt op die periode levert dat schattige anekdotes op. Anneke Keller, de huidige IT-manager van internetbedrijf Coolblue, deelde onlangs met de wereld hoe zij in de jaren ’90 haar scriptie schreef over of Philips wel of niet iets met het internet zou moeten doen.

Voor mij aanleiding om ook eens rond te vragen naar vroege herinneringen aan het internet. Eén ding is zeker: als je er toen niet bij was, kun je het je niet meer voorstellen.

WIEEWIEEEWIIEEEprrrrTIDUUUTI

oude-modem-1995

Dat is het geluid van het internet in de jaren ’90. Om precies te zijn: het geluid van de internetmodem als je inbelde om online te gaan. Inbellen ging over de analoge telefoonlijn, wat huiselijke ruzies naar een hoger niveau tilde. Was het niet omdat je de telefoonlijn bezet hield, dan wel aan het eind van de maand over de hoogte van de telefoonrekening.

Dat inbellen ging trouwens ook traag – denk je in dat je minutenlang moet wachten om je browser te openen – als het überhaupt lukte om contact te maken. Oh wat waren we blij toen we ISDN in huis kregen!

Obscure sites

Het aantal websites was indertijd nog beperkt. Zo beperkt zelfs, dat Anneke Keller voor haar scriptie zo’n beetje het hele internet handmatig had geïndexeerd. Handig, want zoekmachines waren er in het begin nog niet. De eerste zoekpagina’s die er waren – ik herinner me Ilse en Yahoo! – waren behoorlijk belabberd. Negen van de tien keer vond je er niet wat je zocht, en kwam je uit op een verkooppagina voor boeken over het onderwerp.

Wat je wel had, waren websites die als een soort vergaarbak dienden met verwijzingen naar andere pagina’s. Websites die als vast item een ‘link of the day’ gaven. De Digitale Stad was zo’n site, van daaruit kon je al het belangrijks dat op het internet stond afstruinen. Usenet was ook een populair startpunt, maar meer als discussieplatform. De voorkeursbrowser was Netscape.

Liever papier

oude-windows-pcOnze ogen waren nog niet zo gewend aan een beeldscherm als nu. Dus we pakten toch het liefst pen en papier erbij. Bijvoorbeeld om url’s op te schrijven van je favoriete websites, of van sites die je nog moest bekijken. Handig!

Op de middelbare school mochten wij een keer voor een geschiedeniswerkstuk informatie op het internet zoeken. Heel bijzonder was dat; om de beurt achter de internet-PC. Tot een klasgenoot het voor elkaar kreeg alle pagina’s van een complete website uit te printen. Daar ging een heel pak witte A4’tjes aan op.

E-mail, 2MB is wel genoeg toch?

Het duurde even voor ik de toegevoegde waarde van e-mail inzag. Logisch, want bijna niemand had nog een e-mailadres en met mijn vriendinnetjes belde ik gewoon (als de telefoonlijn niet bezet was voor dat stomme internet natuurlijk). Maar ik was om, toen ik ontdekte dat ik e-mail als een soort vriendenchat kon gebruiken. MSN was er nog lang niet. Zo mailden we iedere dag heen en weer en de mail-thread werd langer en langer.

Ik vroeg op een dag waarom er soms een dubbele punt en een haakje achter een zin stond. ‘Kantel je hoofd, het is een smiley!’ Oh ja…

Af en toe moest de mailbox worden opgeschoond. Maar niet heel vaak, want die 2 MB was echt wel genoeg hoor. Grootgebruikers verstuurden 3 e-mailtjes per dag.

Persbericht per post

Ik heb de opkomst van internet bewust meegemaakt, maar mijn hele werkzame leven is internet gelukkig al gemeengoed. Anderhalf jaar geleden kregen we op de redactie waar ik werkte voor het laatst een persbericht in de tastbare post. Dat was toch wel iets heel bijzonders: een papieren persbericht in de brievenbus. Verder zat er niets bij, het was ook geen marketingactie of iets dergelijks. Gewoon, een brief met nieuws dat we gisteren al online hadden geplaatst.

Altijd onze laatste blogs in je mailbox?